Van dodelijke epidemie tot bruiloft – Negentiende eeuw herleeft tijdens Festival Gezondheid
In: Ons Utrecht van 6 juni 2007
Door: Anneke Houtman
In de Schalkwijkstraat bij de Nieuwegracht is een ernstige epidemie uitgebroken. Er zijn enkele doden gevallen. Buren nemen de zorg van de rouwende familieleden over. Aan de huizen waarin slachtoffers vielen, hangen doodslantaarns. De begrafenis vindt zaterdag en zondag plaats. Want komend weekend beeldt het Nederlands Centrum voor Volkscultuur levende geschiedenis uit in Utrecht.
Wordt er in de Schalkwijkstraat gerouwd, in de Keukenstraat is er jolijt. Daar is een echtpaar vijftig jaar getrouwd, een enorme gebeurtenis, zo aan het eind van de negentiende eeuw, omdat slechts weinige mensen zo oud werden. De straat is versierd met lampionnen en papieren bloemen. Er wordt gedanst, er is muziek en er zijn oud-Hollandse spelen. Op de bruidstafel staan heerlijke traditionele lekkernijen om te proeven.
Voorbijgangers feliciteren het gouden bruidspaar en de buurt biedt het een enorme koek aan, die meteen versneden wordt. Dit alles is in het kader van het Festival Gezondheid. Dit jaar is het thema oud worden en ouderen omdat precies vijftig jaar geleden de AOW werd ingesteld.
Het naspelen van de geschiedenis is een nieuwe trend, vertelt Ineke Strouken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, een landelijk instituut voor de cultuur van het dagelijks leven en immaterieel erfgoed, gevestigd aan de F.C. Donderstraat in Utrecht. “Je kunt wel schrijven dat lijken werden afgelegd, maar als je het naspeelt sluit je op heel praktische vragen. Het lichaam werd door de buren afgelegd, om de rouwende familie te ontlasten. Het werd geschoren. Maar wat als er in het gezicht gesneden werd? Vroeger werd er ajuin op gedaan, zodat het snel genas, maar dat werkt niet op een dood lichaam. Ook kwamen we op de vraag wat voor koek buurtbewoners aan een feestvierend bruidspaar overhandigden. Dat zie je heel vaak op foto’s, maar wat is dat nu voor koek. Is het peperkoek of kruidkoek of toch krentenwegge. En recepten vind je nergens.”
Het naspelen geschiedt zo getrouw mogelijk. Zo dragen alle negentig deelnemers echte historische kleding, dus niet nagemaakt. Die is afkomstig van de Federatie Folkloristische Groepen. Ook aan andere details is gedacht. Zo hangen er aan de deur van het huis waar een overledene is doodslantaarns; vaak een stallantaarn met zwarte linten. Of er stond een dodenbord, zoals tegenwoordig baby’s worden aangekondigd met grote borden in de tuin. “Op die manier wisten schuldeisers dat ze even niet langs moesten komen. Het was allemaal bedoeld om het rouwende gezin te beschermen.” De hele buurt was betrokken bij dat gezin. Er werd dag en nacht bij de dode gewaakt. ’s Nachts deden de mannen dat. Die dronken dan borreltjes en vertelden griezelige verhalen. Daarom is er veel geschreven in de literatuur. Onder de baar of het bed stond versgemalen koffie om de lijkgeur te verdoezelen.
De dode was drie dagen boven de aarde, om er zeker van te zijn dat er geen sprake was van schijndood. Verder moest de ziel afscheid kunnen nemen van het huis. Daarom werd ook de klok stilgezet en spiegels afgedekt.
Ook nu duurt het vaak een dag of vier voordat iemand begraven wordt, terwijl in andere werelddelen het gebruikelijk is dat het lichaam dezelfde dag begraven wordt.
De dode werd met de voeten eerst het huis uit gedragen, zodat hij geen ‘blik’ meer kon werpen op de woning en zo het huis niet kon ‘loslaten’. Na de begrafenis was er een maaltijd, omdat mensen van ver kwamen en katholieken nuchter op een begrafenis verschenen.
Rijstebrij of pap met zwarte pruimen. Dit is komend weekend ook te proeven, net als de oud-Hollandse lekkernijen op het bruiloftsfeest. In de Leeuwenberghkerk is een tentoonstelling over ouder worden, de dood en begraven door de eeuwen heen. En over eten en drinken tijdens feestdagen en sleutelmomenten.
Ons Utrecht




