Intrede van Stratenus

Inaugurele rede Stratenus, Utrecht, 1636

De opening van het eerste Festival Gezondheid! in 2005 werd verricht door twee Utrechtse Universiteitshoogleraren. Alternerend belichtten Willem van Straten (de 1e Hoogleraar geneeskunde aan de UU) en Hendrik Jan Gispen (hoogleraar geneeskunde en Rector Magnificus aan de UU) de geneeskunde.

Stratenus is meer een praktische doktor dan een groot redenaar maar zal toch een inaugurele rede houden.

p.2, r.12-22.

Ongeveer een kwart van de gehele eeuw en het aantrekkelijker deel van mijn leven is voorbij, waarin ik de studie van de meer beschaafde literatuur heb vaarwel gezegd en mij geheel heb gewijd aan het aanhoren van de rauw geuite hevige klachten van de zieken, het opzoeken van de verborgen oorzaken en het verdrijven van de opeen gepakte menigte der ziekteverschijnselen, die soms erger zijn dan de (onderliggende) ziekten zelf.
En in dit werk heb ik geleerd, dat ziekten niet met woorden of met de mond bestreden worden maar met de hand en met geneesmiddelen.
En daarom was ik steeds meer bezorgd om juist te handelen dan mooi te spreken. Deze ingeslepen gewoonte is mij tot tweede natuur geworden.

p.3, r.2-7.

Daar het echter desniettemin volgens het bij de Universiteit aanvaarde gebruik, niet gepast is, dat degenen die een openbaar ambt aanvaarden in de openbaarheid treden zonder inaugurele rede, Zal ik nog liever mijn gebrek aan welsprekendheid laten blijken dan – mijn plicht verzakende - tegen de goede gewoonten in te gaan.

Het nut van de anatomie voor ieder ontwikkeld mens.

p.4, r.27 en p.5, r.9.

Voor welk levend wezen, zo vraag ik, is het niet zaaks zijn eigen huis te kennen.
Mensen van alle rangen en standen, die naar de tempel van de heilige wijsheid streven, worden aangemaand juist bij de ingang met dit gouden gezegde, dat met gouden letters aan het voorfront van de Apollotempel is gebeiteld: dat zij zichzelf moesten kennen! Ik geef natuurlijk toe, dat dit niet alleen t.a.v. het lichaam begrepen moet worden; maar ik zou ook wensen, dat men mij ook dit toegeeft: dat het voor een ieder, die zich op de kennis van de ziel toelegt noodzakelijk is, dat de bouw van het lichaam vastgehouden wordt, kan zij haar taken zonder het werktuig van het lichaam niet verrichten.

Het nut van de anatomie voor de theologen

p.5, r.15-22.

Hoeveel en hoe stevig worden voor de theoloog door deze onze kennis de argumenten ondersteund, om de oneindige wijsheid, de bewonderenswaardige macht en verbazende goedheid van de Schepper te bewijzen en te vereren!
Ik zeg: Zijn wijsheid; wien immers heeft het Atheisme zo in zijn ban geslagen, dat hij niet van zijn dwaling overtuigd wordt bij het aanschouwen van de onnavolgbare bouw van ons lichaam!

Het nut van de anatomie voor de rechtsgeleerden

p.8, r.5-16.

Als het geoorloofd is een zwerftocht te ondernemen door andere takken van wetenschap: Wat een stralend licht verschaft toch onze (anatomische) kennis de rechtsgeleerden in de duistere nevel van kwesties omtrent dodelijke verwondingen, voorgewende onnozelheid, werkelijke of verzonnen verminking van ledematen, kenmerken van verkrachting, maagdelijkheid, impotentie, opgewekte abortus; over de wettige geboorte, over geboorte, die plaats heeft na het overlijden van de moeder, verwantschaps-kwesties (erfrecht) met name wanneer de vrouw binnen korten tijd naar een tweede huwelijk is toegesneld; over straffen voor zwangere vrouwen, die uitgesteld of verzacht moeten worden. Het is om deze redenen, dat wij zelfs de keizer advies geven op grond van de gevestigde autoriteit van Hippocrates.

De onmisbaarheid van de anatomie voor de Geneeskunde.

p.12, r.16-24

Men zou 600 leerzame voorbeelden kunnen aanvoeren, als het niet vanzelfsprekend was en ik geen haast zou hebben om aan te tonen, dat de studie hiervan (de anatomie) noodzakelijk is voor wie in de Geneeskunst opgeleid moet worden.
De zeeman mist niet erger zijn kompas, de geschiedenis-leraar mist niet erger kennis van de Aardrijkskunde, de zonnewijzer het bijbehorende verticale staafje (gnomon), het oog de zon, de mens zijn hand!

De inrichting van het anatomisch en practisch onderwijs.

p.23, r.8-22.

Met de bedoeling, dat het geluk en voorspoed moge brengen, gelden voor mij, jullie toekomstige docent de volgende doelen: Dat ik voor jullie voortgang tot sieraad van de Academie en tot nuttig lid van de Staat naar beste weten zal zorgen. Om dit te bereiken, daar mij nu het dubbele vakgebied van de Anatomie en de practische geneeskunde opgedragen is, moet het ene in de zomermaanden, het andere in de wintermaanden behandeld worden.
Ik zal mij ervoor inspannen, dat jullie niet alleen de anatomie –'s winters op deze plaats met de oren zullen indrinken, maar dat jullie ook in het (amphi-)theater door middel van het zelf zien van secties (autopsie) met zekere schreden tot haar (de anatomische kennis) worden geleid.
In de zomer echter zal ik de praktijk onderwijzen, niet slechts met woorden beschreven; (maar) bij iedere gelegenheid zal ik in het Stedelijk Ziekenhuis (waar de leiding betreffende de verzorging van de zieken mij door de beroemde en zeer machtige faculteit is opgedragen) jullie de juistheid van mijn betoog laten zien.