Door Wil van der Mark, vrij naar J.A. Elvader; Heelmeesters en kwakzalvers door de eeuwen heen
Griekenland
Geneeskunde is in het Griekenland van ongeveer 600 voor Christus nog sterk verbonden met magie en religie. Ziekten worden toegeschreven aan bovennatuurlijke krachten; aan goden en demonen. Aangezien de ziekte door de goden gezonden wordt kon de mens alleen met behulp van deze goden genezen worden. Priesters hadden een belangrijke taak, zij fungeerden als bemiddelaars tussen de mens en de goden. Artsen waren priesters en priesters waren artsen.
Asklepios
De eerste god die genezing kon brengen was Asklepios, de zoon van de zonnegod Apollo.Hij werd opgevoed door de centaur Chiron die hem de geheimen van de geneeskunde onderwees. Genezing vond plaats in de Asklepeia, tempels gewijd aan Asklepios, vaak lagen die in de buurt van bijzonder gezonde en waterrijke plaatsen. De tempelslaap of incubatie die genezing gaf werd vaak ingeleid met het nemen van een bad.
Tempelslaap
Dromen en droomuitleg was de basis van de geneeskunde, de aarde kon droomgezichten geven en genezing tot stand brengen. Deze genezing verwekkende krachten waren te vinden in de kruiden. De zieke legde zich na het introductie ritueel in het Asklepion te rustte. Hij werd gestimuleerd om in zijn slaap vrij te dromen en te fantaseren en daardoor zich te bevrijden van innerlijke spanningen. Het versterken van de innerlijke kracht die tenslotte de genezing tot stand moest brengen. Asklepios kon ook tijdens de dromen al ingrijpen met chirurgische behandelingen en handoplegging. De dromen werden de volgende dag door de tempelpriesters verklaard waarna een genezingsplan opgesteld werd. De behandeling bestond meestal uit natuurlijke geneeswijzen zoals het gebruik van kruiden, baden in koud water, zwemmen of mentale training. Deze priesters, Asklepiaden, trokken door het hele land en brachten genezing door bezwering, dranken en heilzame verbanden.
Empedocles
In dezelfde tijd en onder invloed van de filosoof en arts Pythagoras werd door Empedocles(495-435) de theorie van de wording en vergankelijkheid der dingen ontwikkeld. Basis waren de vier elementen waaruit alle materie bestaat: Aarde, vuur water en lucht en de balans tussen deze vier elementen en hun onderlinge afstoting en aantrekking. Was deze ordening in balans dan was de mens gezond, was de ordening in disbalans dan werd men ziek. Empeclodes hanteerde het analogieprincipe volgens hetwelk het gelijke met het gelijksoortige moet worden behandeld. Dit werd later de kerngedachte van de homeopaat Hahnemann.
Hippocrates
De geneeskunde ontwikkelde zich steeds verder, vanuit de medische school van Kos ontwikkelde Hippocrates(460-437) zijn theorie waarbij de klinische methode de mythisch religeuze benadering verdrong. Bij de behandeling van de zieke keek de arts in de eerste plaats naar de patient. Voortbordurend op de leer van Empedocles ontwikkelde hij de humorenleer. Er bevinden zich vier sappen in het lichaam die hun eigenschappen halen uit de vier elementen. Bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. De balans tussen die vier sappen bepaalde de constitutie en het ontstaan van een ziekte. Aangezien die sappen verkregen worden uit het voedsel is voedingsleer en dieetvoorschriften de basis van de humorenleer.
Romeinse geneeskunde
Ook de Romeinen zagen in ziekte en genezing de directe hand van de goden, voor iedere ziekte had men een ander god die men aanriep.. Behandeling bestond uit religieuze gebruiken en het gebruik van geneesmiddelen waar men al eeuwen ervaring mee had.
Dioscorides
Dioscorides begeleidde keizer Nero tijdens de veldtochten en bestudeerde onderweg planten en hun geneeskrachtige werking. Hij beschreef als eerste de pijnstillende en slaapverwekkende werking van opium. Hij schreef de Materia Medica.
Andromachus
Lijfarts van keizer Nero, de uitvinder van het samengesteld geneesmiddel theriak, dit medicijn, dat uit meer dan 60 stoffen bestond, was overal goed voor, het was een tegengif en zeer geschikt als remedie tegen de pest.
Celsus
Leefde 30 voor Christus tot 45 na Christus. Gaf een medische encyclopedie uit over Romeinse en Alexandrijnse geneeskunde.
Galenus
Griekse filosoof uit Pergamum, leefde van 131 tot 201, lijfarts van keizer Commodus.
Hij breidde zijn anatomische basiskennis verder uit bij de behandeling van de vele gewonde gladiatoren. Galenus schreef meer dan 500 boeken en vervolmaakte de humorenleer van Hippocrates
Arabische geneeskunde
Arabische wetenschappers werkten de kennis van Galenus verder uit. De chemische apothekerskunst is door de Arabieren in het leven geroepen. De namen alcohol, siroop, rob, loog, naphta en julep zijn Arabisch. Regels over de bereiding en controle van geneesmiddelen werden in de vroege middeleeuwen vastgesteld door de regering onder de naam Akrabadin. Onder invloed van Christenen, Joden en Arabieren werden vele Griekse en Indische boeken in het Arabisch vertaald.
Rhazes
Een van de belangrijkste Arabische geneesheren, geboren in 850 te Raj in de Perzische provincie Chorazan. Zijn boeken waren voor Christelijke, Joodse en Moslim artsen tot in de late middeleeuwen standaardwerken. Eén van zijn belangrijkste boeken is El-Hâwi, een compendium van zijn belangrijkste geschriften.
Avicenna of Ibn Sina
De beroemdste onder de Arabische geneesheren, hij werd Scheich el-Reï, vorst der artsen genoemd. Avicenna werd geboren in 980, een van zijn beroemdste werken is de El- Kâfil tebb, de Canon Medicinae het volledige stelsel der geneeskunde in 5 boeken.
Maimonides
El Scheich Abu amran Musa ben Maimun el Cordobi of Rabbi Mozes, zoon van een voorname en geleerde Jood uit Cordoba (1139-1208) wijsgeer en geneeskundige. Hij werd in Egypte lijfarts van Sultan Saleh-ed-din. Zijn beroemdste werk zijn de Tractates de Regimine sanitatis. Het zijn brieven over levensregels aan de sultan en zijn zoon.
Constatinus Africanus
Een in Cathago geboren geneesheer uit de 11e eeuw, hij maakte jarenlang reizen door het Oosten waarbij hij veel Arabische, Griekse en Joodse medische geschriften verzamelde. In 1075 werd hij benoemd in Salerno in Italië een van de meest vooraanstaande westerse medische scholen. Door zijn grote kennis van de Arabische geneeskunde werd hij de bruggenbouwer tussen oost en west. De school van Salerno stond ook open voor vrouwelijke docenten en studenten. De beroemdste was Magistra Trotula.
Geneeskunde vroeger




